Kaapse frontier
Blog,  Boeken

My Traitor’s Heart: eerlijk en rauw

Welke boeken móét je lezen om meer over Zuid-Afrika te weten te komen? Dat is een vraag die ik absoluut niet zou willen beantwoorden met de air van een expert. Ik kom er de laatste weken zelf achter hoeveel er voor mij nog te leren én dus te lezen valt over dit bijzondere land, met zijn bizarre geschiedenis. Toch wil ik de komende tijd proberen een paar blogs wijden aan boeken die ik de moeite waard vind. Te beginnen bij één van de boeken die ik nu zelf lees.

My Traitor’s Heart

Als je Engels kunt lezen: pak dit boek. Als je Engels niet goed genoeg is: doe een cursus en pak dit boek! Of probeer het gewoon. Ik heb het over My Traitor’s Heart van Rian Malan. Ik betwijfel of hij in Nederland ooit op grote schaal verkocht is, maar in Amerika, Engeland en natuurlijk Zuid-Afrika zelf was dit boek een bestseller.

Rian Malan (1954) groeide op in de jaren ’60 en ’70. Zijn voorvader, Jacques Malan, was een Hugenoot die in 1688 voet aan wal zette in Zuid-Afrika. En daarna zijn de Malans betrokken bij zowat alle belangrijke gebeurtenissen in de landshistorie. Tot en met D.F. Malan, de eerste apartheidspremier (vanaf 1948), en generaal Magnus Malan, die minister van Defensie was tot 1991. Eén andere Malan verdient ook aandacht: Dawid Malan (1750), kleinzoon van Jacques de Hugenoot.

D.F. Malan
Rechts op de foto de eerste apartheidspremier D.F. Malan, met links naast hem zijn opvolger Johannes Strijdom. (Foto: Wikimedia Commons)

Affaire met een slavin

Dawid Malan, beschrijft Rian, is landheer op Vergelegen: een boerderij nabij het huidige Somerset-West. Zijn affaire met een zwarte slavin – onmogelijk voor een man van zijn status – dwingt hem de Kaapkolonie te ontvluchten. Samen met Sara, de vrouw in kwestie, trekt hij naar de frontier, het gebied voorbij de Groot Visrivier. Daar begon in die tijd de wildernis. Er heersten stammen als de Khoin en de Xhosa. Rassenscheiding is in de frontier niet aan de orde, behalve waar het de omgang met de ‘wilde’ Khoin en Xhosa betreft. Dawid is er dus veilig met zijn donkere vrouw. Ze verdwijnen uit het zicht in 1788.

De blanke boeren in de frontier houden de Xhosa en de Khoin er met harde hand onder. Talloze gevechten vinden plaats, vaak als gevolg van veediefstal, waarbij levens niet gespaard worden. Overleven in de frontier betekent namelijk: leven volgens het recht van de sterkste. De boeren onderbouwen het recht op geweld met oudtestamentische principes als ‘oog om oog, tand om tand’.

Jouw voet in zijn nek

In die tijd ontstond, schetst Rian Malan, de blanke stam van Afrika: de Afrikaners, die zichzelf ook wel Boere noemen. Boeren van voornamelijk Nederlandse, Duitse en Franse komaf, die gehard waren door het leven in de Afrikaanse wildernis. Een arrogant, xenofoob en bloeddorstig volk, aldus Malan. Ze beschouwden zichzelf als de hoeders van het licht, maar in werkelijkheid hadden ze een duister hart. Dat wisten ze, én zo wilden ze het.

“In die tijd ontstond de blanke stam van Afrika: de Afrikaners. Boeren van Nederlandse, Duitse en Franse komaf, gehard door het leven in de Afrikaanse wildernis. Een arrogant, xenofoob en bloeddorstig volk”

Waar de omslag in Dawids leven plaatsvindt, is onduidelijk. Wel is bekend dat hij rond 1813 weer opduikt, inmiddels met een blanke vrouw aan zijn zijde. Hij schaart zich bij de Boere, die zich verzetten tegen het (inmiddels) Engelse koloniebestuur, dat van hen verwacht dat zij het geweld tegen zwarten afzweren. Het leidt tot een rebellie tegen de Engelsen in 1815. Want de Boeren delen het credo van Dawid Malan: “Je moet de zwarte op de grond gedrukt houden, met jouw voet in zijn nek en hem daar houden. Anders zal hij opspringen en jouw blanke keel doorsnijden.” Precies dit credo zou volgens Rian Malan het fundament worden voor het apartheidsbeleid.

Kaap frontier
Overleven in de Kaapse frontier betekende: leven volgens het recht van de sterkste. (Foto: Wikimedia Commons)

Ruige borstelkoppe

Rian zelf weet niet wat hij is. Hij groeit Engelstalig op. Alleen daarom al, voelt hij zich geen echte Afrikaner. En al helemaal niet wanneer hij zich vergelijkt met zijn neefjes, ruige borstelkoppe op blote voeten die hem Rooi Jan noemen (rooi = rood, Engels) en de hele dag Boerenoorlogje willen spelen. Rian is een stadsjongen, eerder beïnvloed door westerse tijdschriften en rock-‘n-rollmuziek, dan door de verhalen over de Grote Trek en de Boerenoorlogen. Het ‘communisme’ spreekt hem wel aan: je verzetten tegen de gevestigde orde en tegen onrecht. Als tiener probeert hij mee te doen aan het verzet tegen apartheid. Maar het blijft onschuldig verzet, verder dan een songtext  op een muur spuiten komt het niet.

“Hij houdt van de zwarten, maar tegelijkertijd is hij bang voor ze. Door alles heen klinkt de vraag: is er wel plaats voor blanken in Zuid-Afrika?”

Na de middelbare school gaat Rian bij The Star werken, de krant die ‘de dingen zegt zoals ze zijn’. Zijn belangrijkste motief om de journalistiek in te gaan is, omdat hij niet in dienst wil. Hij weigert een geweer te gebruiken namens de apartheid. Als misdaadverslaggever ziet Rian het ware gezicht van Zuid-Afrika. Het onrecht en de uitzichtloosheid. Het grijpt hem bij de keel en het conflict in zijn hart groeit. Hij houdt van de zwarten, maar tegelijkertijd is hij bang voor ze. En door alles heen klinkt de vraag: is er eigenlijk wel plaats voor blanken in Zuid-Afrika?

My Traitor's Heart
My Traitor’s Heart confronteert je met je eigen onwetendheid.

Niet te begrijpen

In 1977 ontvlucht Rian Zuid-Afrika. Hij gaat naar Amerika, waar hij het acht jaar volhoudt, met allerlei baantjes. Maar in 1985 keert hij terug. Hij kan zich niet langer verzoenen met zijn ‘comfortabele’ positie als politiek vluchteling terwijl zijn land in brand staat. Dus besluit hij om in Zuid-Afrika zijn rol als misdaadverslaggever weer op te pakken. Ondanks zijn angst. Ondanks zijn eigen identiteitscrisis.

“My Traitor’s Heart confronteert je met je eigen onwetendheid. Malan schetst de gruwelen van de apartheid haarscherp”

My Traitor’s Heart confronteert je met je eigen onwetendheid. Ikzelf woonde zeven jaar in Zuid-Afrika: jaren waarin de gruwelen van de apartheid – die ook toen nog plaatsvonden – grotendeels aan mij voorbijgingen. Malan schetst ze haarscherp. Bladzij na bladzij. Het verbijstert, maar als je een land wilt leren kennen, wil je immers een eerlijk verhaal? Wat blijft hangen, is de eerlijkheid waarmee hij zijn verhaal vertelt en een inkijkje geeft in zijn ziel. Het leidt tot de conclusie dat Zuid-Afrika misschien niet te begrijpen valt. Want als een Zuid-Afrikaan zijn land al niet begrijpt, en niet weet of hij wel thuishoort in het land waar hij geboren is, hoe moet ik als ‘buitenstaander’ Zuid-Afrika dan begrijpen?

Lezen, dit boek!