Braai bij Gerbrand
Blog,  Reizen

Grillen in de oven …en ontstoken ogen

Het is zondagochtend, bijna half 10. We wilden naar de kerk gaan voor de dienst van 10:00 uur, maar voor mij zit dat er even niet in. Ik heb namelijk een ontsteking in beide ogen. Dus heb ik maar besloten om sowieso de ochtenddienst te laten schieten. Dat geeft mij mooi wat tijd om een nieuwe blog te schrijven. Al ga ik proberen het niet te lang te maken, want dat getuur naar een beeldscherm is natuurlijk alles behalve goed voor mijn ontstoken ogen.

Gisteravond komen opzetten

De ontsteking is gisteravond komen opzetten. Overdag had ik al wat last van een geïrriteerd rechteroog, maar ik hield het op allergie. Gisteravond werd het erger. En vanochtend waren mijn wimpers en oogleden helemaal verkleefd. Dan weet je genoeg. Gerben is nu met Trix en Babes mee naar de kerk. Na de dienst komt hij terug en dan gaan we naar een nabijgelegen apotheek met medische kliniek. Hopen dat ze open zijn en dat er iemand even naar mijn ogen kan kijken en (hopelijk) iets kan voorschrijven. Druppels, een zalf of iets wat de ontsteking remt. Zodat ik snel weer ‘boven Jan’ ben. Morgen willen we namelijk richting Kaapstad.

De braai viel in het water

Gisteravond hadden we het trouwens erg gezellig. Het was goed om Gerbrand – een vriend van de lagere en middelbare school in ZA – weer te zien. Hij is iets veranderd, maar toch nog steeds de Gerbrand met wie ik indertijd enorm veel kattenkwaad heb uitgehaald. Hij is getrouwd met Annet en ze hebben twee kinderen. Hun kinderen waren al op bed toen Gerben en ik aankwamen voor een braai (barbecue, maar zeg dat hier niet hardop). Dus die hebben we niet gezien.

“Het heeft de hele nacht geregend en gewaaid. Niet echt lekker vakantieweer, maar Zuid-Afrika heeft een beetje regen af en toe hard nodig”

Over de braai gesproken: dat kwam er niet van, want het regende. Nog steeds, trouwens, en het heeft de hele nacht geregend en gewaaid. Niet echt lekker vakantieweer, maar Zuid-Afrika heeft een beetje regen af en toe hard nodig. Dus ik probeer het maar vanuit dat perspectief te bekijken. Zondag is meestal een dag waarop je niet veel gaat doen. Ja, Gerben wilde graag wat van Pretoria zien. De Unie Geboue, bijvoorbeeld. Dat zijn de regeringsgebouwen in de stad: echt een prachtige bouwwerk met een mooie trappentuin. Dat komt er vandaag niet van, vrees ik, nu ik met plakkerige oogjes zit.

Grillen in de oven

Terug naar gisteravond: omdat het buiten braaien niet kon, besloot Gerbrand het vlees in hun oven te grillen. Dat ging prima! Terwijl Gerbrand zich over het vlees bekommerde, aten wij watermeloen. En geloof mij: er is weinig zo lekker als Zuid-Afrikaanse watermeloen. Heerlijk zoet en zo sappig dat de druppels je langs de vingers en kin lopen. Ook Andreas – eveneens een oude schoolvriend – kwam langs. Hij had een knoffelbroodjie (stokbrood gevuld met knoflookboter) en een sixpack Namibisch bier mee. Dus al snel zaten we aan een rijk gevulde tafel. (Gerben en ik hadden lamsvlees, steaks en echte boerewors meegenomen. En een flesje wijn en een fles 7-Up.)

Na het eten hebben we nog een tijd zitten praten en koffie gedronken. Gerbrand blijkt – wat ik niet wist – een behoorlijk ervaren piloot te zijn. Hij kan zelfs in kleinere passagiersvliegtuigen vliegen. Dus hij had heel wat mooie verhalen over landingen die nét goed gingen, of over het opstijgen van een vliegtuig op een startbaan die eigenlijk nét te kort was. En de trucs die je dan uithaalt om niet dwars door een hek te vliegen, of in een woonwijk te storten.

‘Kuier’ met oude bekenden

Rond 11 uur ’s avonds gingen we bij Gerbrand weg. Annet – die zwanger is – lag toen al op bed. Gerben en ik zijn nog even met Andreas meegegaan naar de familie Roose, die ik ook ken van vroeger. Eén van de Roose-dochters (Marjanie) had in Australië gezeten, maar was weer even terug in Zuid-Afrika. Bij Roose ontmoetten we ook Rinus en Anja Kamphuis; ook met hen zat ik vroeger op school. Na een biertje en wat (gezellig) gepraat te hebben – in ZA noemen ze dat ‘kuier’ – reden Gerben en ik rond 12 uur weer naar Montanapark.

Wat mij opvalt, is dat ik het Afrikaans nog heel goed versta en zelfs ook nog goed spreek. Het kost me wel wat moeite, soms, omdat mijn woordenschat niet altijd toereikend is. Of ik twijfel over de juistheid van een woord of uitdrukking. Maar het voordeel van het Afrikaans is, dat je er moeiteloos Engelse woorden doorheen kunt mikken. En ga je dan nog gooien met typisch Afrikaanse uitdrukkingen als ‘flippen lekker’ (= erg lekker) of ‘moerse groot’ (= heel erg groot), dan ga je bijna door voor een echte Afrikaner. Ook Gerben mixt zijn Nederlands met het beetje Afrikaans dat hij al kent en is goed verstaanbaar voor de meeste mensen.